Wet op de lijkbezorging

De Wet op de lijkbezorging waarborgt dat er op een zorgvuldige en respectvolle manier met het lichaam van een overledene omgegaan wordt.

In deze wet, die voor het eerst werd ingevoerd in 1991 en sindsdien meerdere keren is aangepast, staat duidelijk beschreven dat alles wat te maken heeft met de behandeling, het vervoer, en de uiteindelijke bestemming van stoffelijke overschotten met zorgvuldigheid moet worden uitgevoerd.

Wet op de Lijkbezorging

Het respect voor de overledene en de wensen van de nabestaanden staan centraal in deze wetgeving, in deze wet staan de traditionele begrafenis en crematie en de moderne methoden van lijkbezorging beschreven.

Doel van de Wet op de lijkbezorging

Het doel van de Wet op de lijkbezorging is om te zorgen voor een waardige, respectvolle en hygiënische omgang met de lichamen van overledenen.

Dit houdt in dat er regels zijn opgesteld voor hoe en binnen welk tijdsbestek een lichaam moet worden begraven of gecremeerd, maar ook hoe het lichaam vervoerd mag worden en welke procedures er gevolgd moeten worden bij het opbaren.

Geschiedenis

Voordat de huidige Wet op de lijkbezorging in werking trad, stond deze bekend als de “Begrafeniswet”. De Begrafeniswet was van kracht vanaf 1869 en werd uiteindelijk vervangen door de Wet op de lijkbezorging, die op 1 april 1991 in werking trad.

Deze vernieuwing had als doel de regelgeving rondom de zorg voor en de omgang met overledenen te moderniseren en beter af te stemmen op de veranderende maatschappelijke opvattingen en technologische mogelijkheden.

Zo zijn er tegenwoordig meer mogelijkheden zoals natuurbegraven en resomeren, deze methoden moeten eerst opgenomen worden in de Wet op de lijkbezorging voordat deze toegepast kunnen worden.

De nieuwe wet bracht meer uitgebreide en gedetailleerde voorschriften met zich mee, onder meer betreffende de termijnen voor lijkbezorging, de toelaatbare methoden van lijkbezorging en de rechten van nabestaanden.

Belangrijke artikelen uit de Wet op de lijkbezorging

  • 1

    Tijdsbestek voor begraven of cremeren: De wet schrijft voor dat de lijkbezorging moet plaatsvinden tussen 36 uur en uiterlijk 6 werkdagen na het overlijden, tenzij er uitstel wordt verleend door de burgemeester. Dit tijdsbestek zorgt ervoor dat de procedures rondom de dood respectvol en zonder onnodige haast plaatsvinden.
    Uitstel kan worden verleend voor bijvoorbeeld een islamitische uitvaart waarbij het stoffelijk overschot eerder ter aarde wordt besteld.

  • 2

    Verlof tot begraven of crematie: Voordat een lichaam begraven of gecremeerd kan worden, moet er een ‘verlof tot begraving of crematie’ worden afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit is een juridische formaliteit die bevestigt dat aan alle voorwaarden is voldaan.

  • 3

    Verzorging en vervoer: In de wet staat beschreven hoe het lichaam verzorgd en vervoerd dient te worden voorafgaand aan de begrafenis of crematie.

  • 4

    Natuurbegraven en resomeren: Met het vernieuwen van de wet zijn ook andere vormen van lijkbezorging zoals natuurbegraven en resomeren (een proces waarbij het lichaam wordt opgelost) opgenomen. Deze methoden bieden alternatieven voor traditionele begrafenissen en crematies.

  • 5
    Rechten nabestaanden: De Wet op de Lijkbezorging erkent de rechten van nabestaanden bij het nemen van beslissingen over de lijkbezorging. De wensen van de overledene hebben altijd voorrang, mits deze bekend en wettelijk toelaatbaar zijn.

Modernisering en aanpassingen

De Wet op de lijkbezorging ondergaat regelmatig wijzigingen om aan te sluiten bij maatschappelijke veranderingen en technologische vooruitgang. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheden om digitale middelen te gebruiken bij de aangifte van overlijden en het verlenen van verlof tot begraving of crematie.

Belangrijke artikelen uit de Wet op de lijkbezorging

De Wet op de lijkbezorging telt momenteel 96 artikelen. U kunt deze artikelen nalezen op de website van de overheid.

Artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging regelt de termijn waarbinnen de begrafenis of crematie van een overledene moet plaatsvinden. Volgens deze wet moet de lijkbezorging plaatsvinden uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden, tenzij er uitstel is verleend door de burgemeester.

Dit uitstel kan in bepaalde situaties worden aangevraagd, bijvoorbeeld als nabestaanden die ver weg wonen meer tijd nodig hebben om bij de uitvaart aanwezig te kunnen zijn, of wanneer er een forensisch onderzoek nodig is.

Of als de cultuur er om vraagt eerder begraven of gecremeerd te worden. De wet stelt ook dat er minimaal 36 uur moet zitten tussen het overlijden en de begrafenis of crematie, om zeker te zijn van het overlijden en om tijd te bieden voor de voorbereidingen van de uitvaart.

Artikel 21 van de Wet op de lijkbezorging regelt de procedures rondom de lijkschouwing en de lijkbezorging. Dit betekent dat, voorafgaand aan de begrafenis of crematie van een overledene, er een lijkschouwing moet plaatsvinden door een daartoe bevoegde arts.

Deze schouwing heeft als doel om de doodsoorzaak vast te stellen en te verifiëren dat er geen sprake is van een niet-natuurlijke dood die nader onderzoek vereist.

Na de lijkschouwing en indien er geen bezwaren zijn tegen de lijkbezorging, wordt er een verklaring van overlijden afgegeven. Deze verklaring is nodig om een verlof tot begraving of crematie te kunnen verkrijgen van de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Artikel 21 waarborgt zo dat de lijkbezorging op een zorgvuldige en wettelijk correcte wijze plaatsvindt, met respect voor de overledene en diens nabestaanden. Het zorgt ervoor dat alle stappen van de lijkbezorging, van overlijden tot aan de uiteindelijke begrafenis of crematie, volgens de wettelijke eisen worden uitgevoerd.

Artikel 10 en 11 – Verlof tot begraven of crematie: Deze artikelen regelen dat er een verlof tot begraving of crematie moet worden afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand, gebaseerd op een overlijdensverklaring van een arts. Zonder dit verlof mag er geen begrafenis of crematie plaatsvinden.

Artikel 16 – Bewaren van het lichaam: Dit artikel beschrijft de voorschriften voor het bewaren van het lichaam van de overledene tot aan de begrafenis of crematie. Het zorgt ervoor dat dit op een waardige en hygiënisch verantwoorde wijze gebeurt.

Artikel 18 – Uitstel van begraving of crematie: Dit artikel maakt het mogelijk om bij uitzonderlijke omstandigheden uitstel te krijgen voor de begrafenis of crematie, buiten de standaardtermijn die artikel 17 stelt.

Artikel 32Grafrechten: Hierin worden de rechten en plichten omtrent het gebruik van graven en grafkelders binnen begraafplaatsen geregeld, inclusief de termijnen waarvoor graven uitgegeven mogen worden.

Artikel 35 – Ruiming van graven: Dit artikel regelt de voorwaarden waaronder graven geruimd mogen worden, inclusief de vereiste kennisgeving aan rechthebbenden en de omgang met stoffelijke resten.

Artikel 68 – Nieuwe vormen van lijkbezorging: Dit artikel biedt een basis voor het mogelijk maken van nieuwe vormen van lijkbezorging, zoals resomeren (watercrematie) of composteren, onder voorbehoud van nadere regelgeving.

Conclusie

De Wet op de lijkbezorging speelt een cruciale rol in hoe Nederland omgaat met de stoffelijke overschotten. Het zorgt voor duidelijke regels waarbinnen de samenleving op een respectvolle, waardige en hygiënische manier afscheid kan nemen van haar dierbaren.

Door de jaren heen heeft de wet zich aangepast, maar het respect voor de overledene en diens nabestaanden blijft onveranderd de kern van deze wetgeving.